Normbedragen bijstand

Hoe hoog uw bijstandsuitkering is, hangt af van uw inkomen uit andere bronnen (bijvoorbeeld inkomsten van uw partner of van volwassen kinderen) en van de bijstandsnormen die op dat moment gelden. De bijstandsnormen worden twee keer per jaar vastgesteld. Uw eigen inkomen wordt met de bijstandsuitkering aangevuld tot het voor u geldende normbedrag. Er gelden verschillende normbedragen voor verschillende groepen.

In onderstaande tabel vindt u daarvan een overzicht:

Groep Hoogte bijstandsuitkering
Gezin met gezinsleden (21 tot 65 jaar) 100% van het minimumloon (samen)
Alleenstaande ouder (21 tot 65 jaar) 70% van het minimumloon
Alleenstaande zonder kinderen (21 tot 65 jaar) 50% van het minimumloon

Soms kan een gemeente ervoor kiezen om de bijstandsuitkering verlagen en af te wijken van het normbedrag, bijvoorbeeld bij getrouwde stellen en huishoudens die geen woonkosten hebben of de woonkosten kunnen delen. Ook als u minder dan een half jaar geleden van school bent gekomen, kan de gemeente het normbedrag verlagen.

Sinds 1 januari 2012 vallen jongeren tussen de 18 en 27 jaar weer onder de Wet Werk en Bijstand (WWB) en daarom gelden de percentages uit de tabel hierboven ook voor jongeren vanaf 21 jaar. Jongeren tussen de 18 en 21 jaar krijgen een lagere uitkering.

Alleenstaanden en alleenstaande ouders krijgen soms een toeslag van maximaal 20% van het nettominimumloon van de gemeente. Die toeslag krijgen zij bovenop het normbedrag dat voor hun van toepassing is.

Ook als u al een lange tijd leeft van een inkomen op bijstandsniveau of een bijstandsuitkering, bestaat er de mogelijkheid voor een toeslag. Deze toeslag wordt de langdurigheidstoeslag genoemd en de hoogte van deze toeslag wordt door uw gemeente bepaald.