Als u naast uw bijstandsuitkering andere inkomsten heeft, trekt de gemeente die af van uw bijstandsuitkering. Andere inkomsten zijn bijvoorbeeld:
- geld dat u heeft verdiend door werk;
- geld van uw socialezekerheidsuitkering (WIA, WW);
- (kinder)alimentatie;
- inkomsten van andere gezinsleden. De eerste € 827,- netto per maand telt voor kinderen tussen de 16 en 18 jaar niet mee. Ook bij thuiswonende kinderen van 18 jaar en ouder, die studiefinanciering of een tegemoetkoming voor schoolkosten (WTOS) krijgen of kunnen krijgen, worden inkomsten niet meegeteld als het totaal niet meer dan € 1.059,49 netto per maand is. Als uw kind meer verdient dan de bovengenoemde bedragen, dan worden deze inkomsten meegeteld bij het bepalen van de hoogte van uw bijstandsuitkering;
- heffingskortingen van de Belastingdienst.
Door veel gemeenten wordt een deel van uw loon niet meegerekend als inkomen. Zes maanden lang kunt u een kwart van uw salaris behouden met een maandelijks maximum van € 192. Alleenstaande ouders boven de 27 jaar oud met een of meer kinderen onder de 12 jaar hebben daarna soms nog 30 maanden recht op een behoud van 12,5 % van hun inkomsten met een maximum van € 120 per maand.
Als u voor vrijwilligerswerk een onkostenvergoeding krijgt en 27 jaar of ouder bent, mag u hiervoor naast uw uitkering maandelijks maximaal € 150 houden (tot een maximum van € 1.500 per jaar). Als het vrijwilligerswerk dat u doet niet direct bijdraagt aan het vinden van betaald werk, mag u per maand maximaal € 95 houden (tot een maximum van € 764 per jaar). Ook dit geldt als u 27 jaar of ouder bent.
In het geval van eigen vermogen, komt u pas in aanmerking voor bijstand als dit verbruikt is. Onder eigen vermogen valt bijvoorbeeld spaargeld, de waarde van uw auto of van een eigen huis.